Ik had beter HIV of Aids kunnen hebben

Nu rust er op kanker nog steeds een groot taboe. Eigenlijk is dat met 109.000 meldingen per jaar (zie site ……..) vreemd te noemen. Kanker is “gewoon” een ziekte waarvan je weet dat de persoon, afhankelijk van de aard van de kanker er een einddatum aan zit. Nu is dat in mijn geval ook zo maar men is hier helaas niet al te open over. Dat is niet erg, maar een indicatie zou ik wel kunnen waarderen. Voor veel mensen die gelukkig deze ziekte niet hebben is het moeilijk om hier over te praten met een kankerpatiënt. De vraag “hoe gaat het vandaag met je” is vaak voor veel mensen erg beladen. Beter gezegd we denken het antwoord al te kennen. Maar niets is minder waar. Kankerpatiënten hebben naast slechte ook goede dagen. Hebben plezier in het leven, weten dingen op een andere manier te waarderen. Uitzonderingen zijn er natuurlijk altijd. Ik ben zo’n positieve uitzondering, iedere dag is een feestje (al jaren trouwens zo). Maar ik merk dat zelfs in mijn omgeving er ook mensen zijn die me niet meer aan durven te spreken. Zich plots omdraaien als ze mij zien of compleet negeren. Waarom? Het antwoord is duidelijk, er staat een denkbeeldige eindtijd op mijn voorhoofd geprint.

Nee in dat geval, als ik de keuze had was ik liever met HIV of Aids besmet geraakt. Want ook al hadden ze dan gezegd “kijk hem daar. Die wist het altijd zo goed. Dom he, dat hij geen voorbehoedsmiddel heeft gebruikt.”  Dan wist ik zeker dat ik in Nederland niet aan deze ziekte zou overlijden.

 

Note
Begrijp me niet verkeerd, maar ik zou ook geen HIV of Aids willen hebben. Want ook dit is een drama als men hiermee besmet wordt.

Kanker is een eerlijke ziekte

Het klinkt vreemd als je het zo leest, maar als je nuchter nadenkt is het dat wel. Zo kijkt kanker niet naar je of je man, vrouw of genderneutraal bent. Het maakt kanker ook niet uit of je blank bent of een kleurtje hebt. Kanker kijkt ook niet naar of je jong bent of oud. Kanker kijkt ook niet welk geloof of taal je spreekt. Of je bijvoorbeeld rijk of arm bent. Kanker discrimineert niet.

Als je geluk hebt kom je er niet mee in aanraking en heb je dat geluk niet dan schrijf je je ellende net zoals ik maar van je af. Daarom dan ook mijn persoonlijke mening in deze – kanker is een eerlijke ziekte.

Het beste voorbeeld dat ik kan geven is dat van Steve Jobs. Ik hoef hier dan ook waarschijnlijk niet over uit te wijden.

 

Regisseur van mijn eigen begrafenis (1)

Het klinkt misschien vreemd maar als je weet dat er ergens een einde aan komt dan kun je je wel daarop voorbereiden. Mijn ouders bijvoorbeeld waren vrij open over de dood. Ze wilden een ding niet, dat was een grafsteen want dat vonden ze geldklopperij. Hun mening was, je gaat dood en wie komt er dan nog naar dat stuk steen kijken. En daar hadden ze wel een punt en daar kan ik helemaal in meegaan. Ik ben enigst (ja, ik weet het. het moet enig zijn) kind en wie komt er bij mij kijken. Ehhhhh, helemaal niemand. Dus cremeren is geen verkeerde keuze. Nu heb ik mijn beide ouders gecremeerd maar nog niet laten uitstrooien. Gezien wat er op korte termijn gaat gebeuren kan ik maar van de gelegenheid gebruik maken om ons samen uit te strooien. Waar weet ik nog niet als het maar samen is. Hopelijk hebben we daar nog ruimschoots de tijd voor.

Nu heb ik al contact gehad op deze 18e september met mijn vaste contactpersoon bij het uitvaartcentrum. Als ik terugkijk na het hele proces rond de begrafenis van mijn vader als mijn moeder dan was deze naast professioneel en emotioneel ook heel persoonlijk. Ik denk daar nu steeds vaker aan terug.

Laat ik een tipje van de sluier oplichten, wat ik niet wil maar dat staat al bijna vast. Is van die vieze kleffe hotelcake die aan je gehemelte plakt na afloop. Dat gaan we dus niet doen. Na afloop gaan wil ik met de aanwezigen iets “ontspannends” doen, iets waar we het vaak gekscherend onder het genot van de nodige drankjes tijdens een VolksWagen event over praten. Maar nog nooit is iemand van ons clubje op deze reis gegaan. Dus ik ben de eerste en die moet je onthouden. Jij weet toch ook niet wie de tweede man op de maan was? Ook gaan we muziek luisteren en niet het tradionele Brandend Zand of zo iets in die trend. Iets vernieuwends, iets waar je aan terug zult denken. Het woord van God zal ook gesproken worden en wel door de pastor die bij mijn beide ouders de dienst heeft verzorgd.

We zijn er gelukkig nog lang niet maar de PowerPoint presentatie is bijna klaar, hoef ik dat ook niet aan andere over te laten. Nu nog aan het welkomstwoord en woord van dank beginnen. Ik moet toch het laatste woord hebben.

 

Note
De tweede man op de man was Edwin “Buzz” Aldrin.

Nier aangeboden

Er gebeuren in deze wereld veel vreemde dingen. Nu heb ik geen grote familie. Van mijn vaders kant zijn we met ik geloof zijn twaalven en aan mijn moeders kant met zijn zessen. Let wel op dit is met partner en kinderen. Ik heb 350-400 FaceBook vrienden die ik allemaal persoonlijk ken. Dus geen vrienden van vrienden van vrienden. Nee mensen die persoonlijk ken vanuit school, werk en niet onbelangrijk mijn Volkswagen hobby. Daarnaast ken ik vanuit het zakelijke circuit (LinkedIn) nog een kleine 750-800 personen. Echter hierin zitten wat dubbeltellingen. Dus al met al heb ik een geregistreerd netwerk van ruim 1.000 personen. En het vreemde gebeurd. Een persoon van buitenlandse komaf die de laatste jaren heel dicht bij me staat, gaf aan dat als een nier mijn leven zou kunnen redden ik er een van haar zou mogen hebben.

“Je bent toch ook familie” gaf ze aan “voor familie heb je dit over”

Mijn ogen worden weer nat als ik dit opschrijf. ‘Ik ben geen familie, alleen een goede vriend”
“Familie dus” gaf ze aan en we keken elkaar met tranen in de ogen aan.

Helaas kan en wil ik daar ook geen gebruik van maken. Met een linkernier die voor 80% is aangetast, aangetaste lymfeklieren, uitzaaiingen in beide longen, een tumor op mijn rechterlong en uitzaaiingen in mijn ribben is de kans op genezing minder dan 0%. Dus daar moet (en ga) ik ook geen gebruik van maken. Wat ik wel wil zeggen is dat naastenliefde nog steeds bestaat ook al zien we het niet altijd. Het is onpersoonlijk maar ik weet dat je deze blog leest. Thanks, ik ga je nu al missen.

Longembolie

Het hele weekend pijn gehad in mijn linkerlong. Pijn werd veroorzaakt door het ophoesten van slijm waar in sommige gevallen nog wat bloed in aanwezig was. Ik heb nog nooit zo slecht geslapen dat weekend en besloot die maandag maar even met de dames van longcare te bellen. Dat heb ik geweten, men was bang dat ik een longembolie nav de bronchoscopie zou kunnen hebben. Ik was helemaal niet op de hoogte van wat een longembolie is maar toen mij vertelde dat het bloedpropjes waren was ik toch wel enigszins benauwd.

Moest er toch niet aan denken dat zo’n bloedpropje in mijn hersenen terecht zou komen met alle gevolgen van dien. Ik had kanker, daar stond nog een bepaald aantal jaren voor en ik wou niet dat een bloedpropje roet in het eten zou gooien. Dus rap naar het ziekenhuis toe. Hier werd met alle spoed bloed afgenomen en toen in sneltrein vaart naar de CT scan.

” ik ga u een infuus inbrengen met contrast vloeistof” zei de verpleegkundige
“ik weet hoe het werkt” zei ik, “was vorige week nog hier”
Kundig bracht de verpleegkundige het infuus aan en ik moest mijn armen boven mijn hoofd strekken opdat de vloeistof zijn werk kon doen.
Wat deed het een pijn in mijn rechterarm toen we begonnen. Ik riep het uit van de pijn.
“Is er iets?” hoorde ik de verpleegkundige roepen
“Mijn arm, auw auw auw” riep ik pijnlijk. Nu ben ik van huis uit kleinzerig maar dit deed echt pijn.
“Oh” zei de verpleegkundige “het infuus zit er ook niet in” De contrastvloeistof was in mijn arm gelopen in plaats van mijn ader. Met als gevolg dat ik een bult zo groot als een ei op mijn arm had staan. Behulpzaam begon ze mijn arm te masseren. “Dit is niet erg” zei ze “het trekt wel weg, ik zal even een nieuw infuus inbrengen”
“Wat je doet moet jezelf weten” zei ik wat pijnlijk “maar jij in ieder geval niet meer”
“Ja, maar ik heb wel de meeste ervaring”
“Das fijn voor je, maar nu mag je collega het doen” zei ik wat bits
Als blikken konden doden was ik er nu niet meer geweest, maar dat kon me niets interesseren. Ik ben volgens mij de baas over mijn eigen lichaam.
Voorzichtig werd het infuus door haar collega aan de linkerkant ingebracht en we konden weer beginnen.
Mijn rechterarm deed nog steeds pijn maar er kon een scan gemaakt worden.
“U heeft wel bewogen voor de foto” zei de misprikkende verpleegkundige op een schoolmeesterachtige wijze.
“U heeft er toch ook langsgeprikt en het is nog steeds pijnlijk”
Haar blik voorspelde niet veel goeds maar op de foto’s was gelukkig niets ernstigs te zien. Ik zou in ieder geval niet overlijden aan een dom bloedpropje.

Twee uur later kreeg ik van de longarts de positieve uitslag en enigszins ontspannen en met een nog steeds pijnlijke rechterarm ging ik weer huiswaarts.